Losweken of hashtagLosbreken? Kort geding in familiezaak waarin sprake is van hashtagouderverstoting. De kinderen (2011 en 2014) wonen bij moeder en hebben sinds 2022 vrijwel geen contact met vader. Eerdere zorgregeling en schriftelijke aanwijzing aan moeder leidden niet tot herstel; hulpverlening bepleit ‘kleine stapjes’ en verzet zich tegen ‘losbreken’. De voorzieningenrechter acht dat niet werkbaar en vertrouwt de kinderen voorlopig toe aan vader, met opdracht aan de GI om de plaatsing voor te bereiden. De voorzieningenrechter beseft terdege dat dit een forse ingreep is in het leven van de kinderen. Een ingreep die zij niet willen. Dat hebben zij bij de hulpverlening en ook in hun e-mails aan de kinderrechter laten weten. Toch verkiest de voorzieningenrechter deze optie boven de andere opties. Weliswaar kan deze beslissing een traumatische uitwerking hebben op de kinderen , maar ook de weg die de GI en de moeder voorstaan is traumatisch voor hen. Bovendien verwacht de voorzieningenrechter dat de traumatische situatie minder lang zal duren dan de weg die de GI en de moeder willen bewandelen. Ook is er het voordeel dat de kinderen in elk geval tijdelijk uit de invloedssfeer van hun moeder zullen zijn. Het nadeel dat dit alles averechts uitpakt en dat kinderen hun vader nooit meer willen zien, is ook meegewogen en aan de vader voorgehouden. Die heeft desgevraagd verteld te denken dat het zal meevallen, maar dat ook in dat geval er uiteindelijk wel duidelijkheid zal zijn.
De GI heeft op de zitting verklaard niet achter deze optie te staan, omdat zij niet actief trauma wil toevoegen aan de kinderen. De voorzieningenrechter is het eens met de GI dat het toevoegen van trauma zoveel mogelijk vermeden moet worden. De voorzieningenrechter is het echter niet eens met de GI dat alleen de weg van het losbreken in plaats van het losweken actief trauma toevoegt. Ook de weg die de GI voorstaat, die van het losweken, voegt trauma toe aan de kinderen. Zij worden immers langer blootgesteld aan een situatie die in de beschikking van 9 december 2025 is gekenmerkt als een constante vorm van kindermishandeling.
