Over Margriet
Home

Actualiteiten en jurisprudentie

 

 

Indexering alimentaties: percentage voor 2010 vastgesteld

Met ingang van 1 januari 2010 worden de uitkeringen voor levensonderhoud automatisch verhoogd.

Minister E.M.H. Hirsch Ballin van Justitie heeft het percentage daarvoor vastgesteld op 2,3 %. De beschikking met toelichting is gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant van 5 november 2009 (Stct. 16604).

meer informatie

LJN: BL7407, Hoge Raad , 09/03564 Print uitspraak
Datum uitspraak: 21-05-2010
Datum publicatie: 21-05-2010
Rechtsgebied: Personen-en familierecht
Soort procedure: Cassatie
Inhoudsindicatie: Familierecht. wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding. Omgangsregeling ouder met kind. Hoofdverblijfplaats kind. Overgangsrecht. Beëindiging samenleving ongehuwde ouders van wie het gezag op de voet van art. 1:252 lid 1 BW is aangetekend in het in art. 1:244 BW bedoelde gezagsregister. Op verzoeken die zijn ingediend vóór datum inwerkingtreding wet zijn nieuwe processuele vereisten niet van toepassing. De in art. 1:253a lid 3 BW voorziene aanhouding is een nieuw processueel vereiste. Rechter hoeft niet in verband met de inwerkingtreding van deze wet steeds uit te gaan van een gelijke verdeling van de hoofdverblijfplaats van het kind en van een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen beide ouders. Door wetgever tot uitgangspunt genomen gelijkwaardigheid tussen beide ouders brengt niet mee dat bij beslissing over hoofdverblijfplaats van minderjarig kind en verdeling zorg- en opvoedingstaken het belang van het minderjarige kind niet het zwaarst zou mogen wegen. De in art. 1:247 BW neergelegde gelijkwaardigheid van de ouders verplicht niet tot een gelijke (50%-50%) verdeling van de tijd die het kind bij elke ouder doorbrengt.


LJN BM2085, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, HV 200.047.112
Datum uitspraak: 20-04-2010
Datum publicatie: 23-04-2010
Rechtsgebied: Personen-en familierecht
Soort procedure: Hoger beroep
Zaaknummers: HV 200.047.112
Inhoudsindicatie:
Beëindiging co-ouderschap en bepaling hoofdverblijf;
Woonafstand ouders;
Leerplicht oudste kind.

 

pastedGraphic.pdf

LJN: BL5244, Gerechtshof 's-Gravenhage , 200.020.876

pastedGraphic.pdf

 

Datum uitspraak:

23-12-2009

 

Datum publicatie:

23-02-2010

 

Rechtsgebied:

Personen-en familierecht

 

Soort procedure:

Hoger beroep

pastedGraphic_1.pdf

Inhoudsindicatie:

Omgang en de sanctie: lijfsdwang.

 

287. LJN BJ5563 - Gerechtshof Amsterdam over

verdeling zorg-en opvoedingstaken bij ouders die een jaar een affectieve relatie hebben gehad

 

LJN: BJ5563, Gerechtshof Amsterdam , 200.032.083/01

 

Datum uitspraak: 18-08-2009

Datum publicatie: 19-08-2009

Rechtsgebied: Personen-en familierecht

Soort procedure: Hoger beroep

Inhoudsindicatie: uitbreiding omgangsregeling

 


 

 

Veroordeling voor onttrekking aan het wettig gezag

Bron: Rechtbank Leeuwarden - 5 februari 2009

 

De meervoudige strafkamer van de rechtbank in Leeuwarden heeft op 5 februari 2009 een moeder, die haar kind niet mee wilde geven aan zijn vader in het kader van een omgangsregeling, veroordeeld voor het gepleegd hebben van een strafbaar feit. Aan de moeder is een (deels voorwaardelijke) werkstraf opgelegd.

 

LJ N: BH2027



 

LJN: AV6603, Gerechtshof 's-Hertogenbosch , R200500313 Print uitspraak
Datum uitspraak: 23-06-2005
Datum publicatie: 24-03-2006
Rechtsgebied: Personen-en familierecht
Soort procedure: Hoger beroep
Inhoudsindicatie:

Gezag en Omgang

Gezag. De enkele omstandigheid dat de vrouw geen contact meer wenst met de man is onvoldoende om aan te nemen dat bij voortduring van het gezamenlijk gezag een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren zal raken tussen de man en de vrouw.

Omgang. In haar hoger beroep geeft de vrouw twee argumenten tegen een omgangsregeling tussen de man en het kind. De vrouw voert aan dat zij de man ongeschikt acht voor omgang, nu zij vreest dat hij hetzelfde gedrag tegen het kind zal vertonen als hij in het verleden tegen haar heeft vertoond. Onder verwijzing naar hetgeen hierboven ten aanzien van het gezag is overwogen, is het hof van oordeel dat deze grief van de vrouw faalt. Voorts heeft de vrouw gesteld dat omgang tussen de man en het kind een nadelig effect op het kind zal hebben, nu het kind niet weet dat de man zijn vader is en hij de man ook niet kent. Ten aanzien van deze grief overweegt het hof dat het kind tijdens het huwelijk van de man en de vrouw is geboren. Hieruit vloeit voort dat de man de juridische vader is van het kind, hij de naam van de man draagt en sprake is van gezamenlijk gezag. Vast staat inmiddels tevens dat de man de verwekker van het kind is. In het licht van artikel 7 en 8 van het Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind (hierna: IVRK) heeft een kind het recht om zijn beide ouders en zijn eigen identiteit te kennen. Het hof leidt uit deze artikelen af dat een opvoedende ouder met gezamenlijk ouderlijk gezag die het kind niet vanaf jonge leeftijd voorlicht omtrent zijn ware identiteit maar daarmee – zoals in casu de vrouw - wil wachten totdat de minderjarige 12 of 15 jaar zal zijn, handelt in strijd met de rechten van het kind. Het zijn de taken van de vrouw, als opvoeder, om het kind in te lichten over zijn afkomst en om het kind voor te bereiden op de omgang met zijn vader die samen met de vrouw het gezag over de minderjarige uitoefent. Wanneer de vrouw deze taken naar behoren vervult kan niet meer gezegd worden dat het kind omgang heeft met een onbekende man. Het hof passeert de inhoud van het deskundigenrapport, nu dit rapport tot stand is gekomen op eenzijdige informatie van de vrouw en zonder dat mevrouw Riksen het kind en diens vader heeft gezien of gesproken. Daar komt nog bij dat in dat rapport wordt uitgegaan van de premisse dat het kind gedwongen zou worden tot omgang met een voor hem onbekende persoon hetgeen zich in casu niet voordoet c.q. voor hoeft te doen nu het juist het recht van het kind is om van jongs af aan bekend te zijn met het bestaan van zijn beide (juridische en biologische) ouders en het de taak van moeder is om - zo nodig met behulp van derden - te zorgen dat dit recht van het kind wordt gewaarborgd.