Over Margriet

Home

Actualiteiten en jurisprudentie

 

LJN: BV1419, Gerechtshof Leeuwarden , 200.069.612/01

 

Datum uitspraak: 12-01-2012

Datum publicatie: 20-01-2012

Inhoudsindicatie: Hof wijst verzoek van moeder tot vervangende toestemming om met minderjarige te verhuizen, alsnof af. Moeder en minderjarige zijn inmiddels verhuisd.

Vindplaats(en): Rechtspraak.nl

 

----

Uitspraak Hof den Haag 21-12-2011

Zaaknummer : 200.088.660/01

 

Fragment beslissing Hof over gezagswijziging en horen kind en verslag daarvan:

4. De vader stelt dat de rechtbank ten onrechte het gezamenlijk gezag over de minderjarige heeft beëindigd. De vader voert ter onderbouwing van zijn standpunt aan dat overleg tussen de ouders zijn inziens wel mogelijk is, maar dat de advocaat van de moeder zich als buffer tussen beide ouders opstelt en dat er (enkel) om die reden geen overleg tussen de ouders plaatsvindt. Bovendien is er geen enkele analyse gegeven van het probleem tussen de ouders, zo dat al bestaat. Daarnaast, zo stelt de vader, heeft de rechtbank ter zitting de lijn van de moeder gevolgd en stond de beslissing op dat moment al vast. De vader heeft het gevoel bij de rechtbank niet te zijn gehoord. Voorts werd de vader in de jaren voorafgaand aan de bestreden beschikking door de moeder nergens van op de hoogte gehouden en voerde de moeder geen overleg met hem omtrent gezagsbeslissingen. Ook heeft de moeder de minderjarige sinds 2007 bij de vader weggehouden. Bovendien is er, zo stelt de vader, geen sprake van een situatie waarin de vader de moeder ernstig belemmert in haar taak als verzorgende ouder. Integendeel, het is de moeder die de vader ernstig belemmert in zijn taak als verzorgende ouder. Tot slot stelt de vader, met een beroep op 6 EVRM, dat hij ten onrechte geen beschikking heeft gekregen over de brief van de minderjarige aan de rechtbank en dat de minderjarige deze brief ten onrechte zonder juridische bijstand heeft geschreven, terwijl hij de gevolgen niet heeft kunnen overzien.

 

 

 

5. De moeder stelt dat het belang van de minderjarige vereist dat één van de ouders met het gezag wordt belast. Daartoe stelt zij dat de (communicatie-) problemen tussen de ouders zodanig ernstig zijn dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarige bij gezamenlijk gezag van de ouders klem of verloren raakt. Bovendien valt niet te verwachten dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt. De vader heeft meerdere malen ernstige bedreigingen geuit tegen de moeder, de familie van de moeder en de school van de minderjarige. De bedreigingen zijn ernstig en frequent. De directeur van de school van de minderjarige heeft al meerdere malen aangifte gedaan van bedreiging, laatstelijk de dag voor de mondelinge behandeling van deze zaak. Bovendien heeft de huidige situatie zijn weerslag op de minderjarige. Als de vader de school van de minderjarige bedreigt, voelt de minderjarige zich daar angstig en dan kan hij zich minder goed concentreren. Als de moeder belast blijft met het eenhoofdig gezag, hoeft zij geen contact meer met de vader te hebben. Dit zal rust creëren voor de minderjarige.

 

 

 

6. Het hof overweegt als volgt. Gezamenlijke uitoefening van het gezag vereist dat de ouders het mogelijk maken dat de beslissingen over de verzorging en opvoeding van het kind tot stand komen op een wijze die niet belastend is voor het kind en zijn veiligheid niet in gevaar brengt. In het geval ouders niet (meer) samenleven en moeizaam of niet communiceren kan dat betekenen dat, waar nodig, de verzorgende ouder die beslissingen kan nemen die voor het dagelijkse leven en de veiligheid van (spoedeisend) belang zijn voor het kind en dat de niet-verzorgende ouder deze beslissingen niet blokkeert. Ook is het van belang dat ouders die niet in staat zijn de strijd met elkaar te staken, ten minste in staat zijn het kind buiten die strijd te houden. Indien bovengenoemde omstandigheden aanwezig zijn, zal er geen onaanvaardbaar risico zijn dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders. Andere redenen kunnen evenwel een wijziging van het gezag noodzakelijk maken.

 

 

 

7. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat de ouders niet in staat zijn tot enige communicatie en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd verbetering zal komen. Bovendien heeft de vader meermalen ernstige bedreigingen geuit jegens de moeder, de partner en familie van de moeder en de school van de minderjarige. Hiermee heeft hij onrust en gevoelens van onveiligheid veroorzaakt in het leven van de minderjarige. Het hof acht het daarom in het belang van de minderjarige noodzakelijk dat het eenhoofdig gezag van de moeder gehandhaafd blijft en zal de bestreden beschikking dan ook bekrachtigen.

 

 

 

8. Ten aanzien van de grief van de vader dat hij ten onrechte geen kennis heeft kunnen nemen van de brief van de minderjarige aan de rechtbank overweegt het hof als volgt. In artikel 809 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is bepaald dat de rechter in zaken betreffende minderjarigen niet beslist dan na de minderjarige van twaalf jaar of ouder in de gelegenheid te hebben gesteld hem zijn mening kenbaar te maken. In het procesreglement gezag en omgang is voorts bepaald dat minderjarigen in beginsel afzonderlijk worden gehoord, dat van dit verhoor geen proces-verbaal wordt opgemaakt en dat van brieven van minderjarigen geen kopie wordt verstrekt. Wel geeft de rechter tijdens de mondelinge behandeling kort en zakelijk weer wat de minderjarige mondeling dan wel schriftelijk heeft verklaard. De rechtbank had derhalve tijdens de mondelinge behandeling de brief van de minderjarige moeten noemen en kort en zakelijk de inhoud van zijn verklaring moeten weergeven. Uit het proces-verbaal blijkt niet dat dit is gebeurd. Echter, nu uit de bestreden beschikking niet blijkt dat de beslissing van de rechtbank (mede) gebaseerd is op deze brief, zal het hof aan het niet samenvatten van de brief ter terechtzitting geen processuele consequenties te verbinden. Bovendien heeft de minderjarige ook in het hoger beroep zijn mening gegeven en is daarvan tijdens de mondelinge behandeling kort verslag gedaan.

 

Vindplaats: Rechtspraak.nl

----

 

 

Ook na een scheiding is goed communiceren van belang:

Van generatie op generatie een goede relatie ( rede d.d. 28 januari 2011)

Als kinderen opgroeien in een stabiel gezin, met ouders die ook na jaren een goede relatie blijven houden, dan is de kans groot dat ook hun kinderen een goede en langdurige samenlevingsvorm opbouwen. Dat zegt Jan Gerris bij zijn afscheid als hoogleraar Gezinspedagogiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Gerris onderzocht de partnerrelaties van ouders en hun kinderen bij drie generaties. 
Voor ouders en adolescenten is de kwaliteit van het contact van groot belang en van invloed op de sociaal-emotionele ontwikkeling van jongeren en hun latere relaties. Wanneer de communicatie tussen ouders goed is, dan werkt dit door in de volgende generatie. En als ouders een warme relatie hebben, zich voor elkaar en het gezin inzetten en verantwoordelijkheid nemen, dan nemen kinderen daar iets van mee in hun eigen liefdesleven, aldus Gerris. Meer informatie: Afscheidsrede Jan Gerris; Bron: Radboud Universiteit Nijmegen

----

LJN: BT7656, Gerechtshof 's-Hertogenbosch , HV 200.082.898 & HV 200.082.901

 

Datum uitspraak: 13-10-2011

Datum publicatie: 14-10-2011

Rechtsgebied: Personen-en familierecht

Soort procedure: Hoger beroep

Inhoudsindicatie: Beëindiging gezamenlijk gezag ex artikel 1:253c BW Het hof is van oordeel dat door de opstelling van de vader, dat hij op geen enkele wijze met de moeder wenst te communiceren en daarnaast geen professionele hulp wenst te aanvaarden om de verstoorde communicatie met de moeder weer op gang te brengen, iedere basis ontbreekt om tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening te komen.

Vindplaats(en): Rechtspraak.nl

---

LJN: BQ6280, Gerechtshof 's-Hertogenbosch


1:253a BW; Zorgregeling; Invulling zorgmomenten indien kind bij de moeder verblijft, maar zij als verzorgende ouder niet direct beschikbaar is: de moeder hoeft geen verantwoording aan de vader af te leggen hoe zij haar zorgmomenten omtrent het kind invult.

 

....

LJN: BO4081 Gerechtshof Leeuwarden

Hof veroordeelt moeder die kind herhaaldelijk niet meegaf aan vader tot voorwaardelijke werkstraf met proeftijd van twee jaar.

 

Inhoudsindicatie:

De verdachte wordt ter zake van het opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gesteld gezag veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf. m.b.t. de verweren: 1. het hof is van oordeel dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is; 2. het hof verwerpt het bewijsverweer; 3. het hof verwerpt het beroep op overmacht en noodweer(exces).-

--

LJN: BP0632  Gerechtshof Leeuwarden

Opnieuw bevestigd:

Niet mogelijk rechtsgeldig afstand te doen van wettelijke verplichting tot betaling van kinderalimentatie

---

LJN: BP0717, Gerechtshof Leeuwarden

inhoudsindicatie:

Gezien persoonlijkheidsproblematiek van de vader en de psychische toestand van de minderjarige is het op dit moment niet in diens belang dat vader samen met moeder met het gezag over haar wordt belast of dat er een omgangsregeling tussen hem en de minderjarige wordt vastgesteld.

.....

LJN: BL7407, Hoge Raad

Familierecht. wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding. Omgangsregeling ouder met kind. Hoofdverblijfplaats kind. Overgangsrecht. Beëindiging samenleving ongehuwde ouders van wie het gezag op de voet van art. 1:252 lid 1 BW is aangetekend in het in art. 1:244 BW bedoelde gezagsregister. Op verzoeken die zijn ingediend vóór datum inwerkingtreding wet zijn nieuwe processuele vereisten niet van toepassing. De in art. 1:253a lid 3 BW voorziene aanhouding is een nieuw processueel vereiste. Rechter hoeft niet in verband met de inwerkingtreding van deze wet steeds uit te gaan van een gelijke verdeling van de hoofdverblijfplaats van het kind en van een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen beide ouders. Door wetgever tot uitgangspunt genomen gelijkwaardigheid tussen beide ouders brengt niet mee dat bij beslissing over hoofdverblijfplaats van minderjarig kind en verdeling zorg- en opvoedingstaken het belang van het minderjarige kind niet het zwaarst zou mogen wegen. De in art. 1:247 BW neergelegde gelijkwaardigheid van de ouders verplicht niet tot een gelijke (50%-50%) verdeling van de tijd die het kind bij elke ouder doorbrengt.

....

LJN BM2085, Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Inhoudsindicatie:

Beëindiging co-ouderschap en bepaling hoofdverblijf;

Woonafstand ouders;

Leerplicht oudste kind.

......

LJN: BL5244, Gerechtshof 's-Gravenhage

Inhoudsindicatie:

Omgang en de sanctie: lijfsdwang.

.....

LJN BJ5563 - Gerechtshof Amsterdam

Inhoudsindicatie:

Verdeling zorg-en opvoedingstaken bij ouders die een jaar een affectieve relatie hebben gehad; uitbreiding omgangsregeling

......